Door de ontdekking van de biologische natuurwetten kan men eenduidig vastgestellen, dat het organisme als enige in staat is om datgene, wat we tot nu toe voor ziektes hebben aangezien, tot een volledige genezing te brengen.
De therapie in de GNM bestaat daardoor hoofdzakelijk uit de begeleiding van de patiënt naar een definitieve genezing.
Door een intensief gesprek (psychisch niveau), een hersen-CT-scan (cerebraal niveau) en de scans van de betroffen organen en laboratoriumonderzoeken (organisch niveau) krijgt de therapeut/arts een exact beeld van de toestand van de patiënt.
Vervolgens dient de patiënt te leren begrijpen, wat zijn 'ziekte' inhoudt, wat de archaïsch-biologische zin ervan is en hoe het verdere verloop van zijn 'ziekte' zal zijn. Dit dient onder andere ter geruststelling, daarmee volgconflicten (uitzaaiingen) door paniekaanvallen worden vermeden. Tevens is de patiënt daarmee voorbereid op mogelijke complicaties en is zijn 'ziekte' niet meer een onbestemd ongemak maar een planmatige taak, die hij heeft te volbrengen.
Is de patiënt nog in de conflictactieve fase, dan dient als eerste te worden overwogen, of een conflictoplossing de beste weg voor de patiënt is. Door de mogelijkheid tot een exacte diagnose zijn de gevaren in de genezingfase zeer nauwkeurig inschatbaar. De patiënt dient ook over de mogelijke gevolgen en complicaties in de genezingsfase te worden ingelicht, waarbij de mogelijkheid van een paniekaanval natuurlijk dient te worden vermeden.
Is de oplossing van het conflict de beste weg, dan werken therapeut en patiënt samen de mogelijkheden uit, die tot deze oplossing kunnen leiden. Daarbij is de inbreng en betrokkenheid van de patiënt van het grootste belang, omdat deze uiteindelijk degene is, waarbij het conflict zich moet oplossen.
Als eerste dient altijd een biologische oplossing te worden nagestreeft.
Dit houdt in, dat het conflict zo praktisch mogelijk wordt opgelost. Door deze praktische oplossing is het vrijwel onmogelijk, dat het conflict nogmaals kan worden geactiveerd en een zogenaamd recidief veroorzaakt. Alle bijsporen worden daarmee automatisch gewist.
Is een praktische oplossing niet mogelijk, dan kan worden gedacht aan een psychische oplossing. Dit leidt tot een oplossing van het conflict, waarbij het door de aanwezige bijsporen weer geactiveerd zou kunnen worden. Het is daarom van belang, deze bijsporen, ook wel bekend als allergieën, precies te definiëren, zodat de patiënt ze in de toekomst kan vermijden.
Is een oplossing van het conflict niet gewenst, omdat bijvoorbeeld de complicaties in de genezingsfase een te groot risico vormen of zelfs een zekere dood van de patiënt zouden betekenen, dan bestaat de therapie daaruit, het conflict op een lage activiteit te transformeren, waardoor de verdere ontwikkeling van bijvoorbeeld het gezwel tot een minimum wordt teruggebracht of zelfs tot stilstand komt. Door het uitblijven van de genezingsfase worden de door de 'ziekte' ontstane organische veranderingen natuurlijk niet hersteld, maar blijven voor de rest van het leven aanwezig.
Komt de patiënt in de genezingsfase of was hij al in deze fase, omdat hij de actieve fase niet heeft bemerkt en het conflict spontaan tot een oplossing is gekomen, dan wordt hij slap en moe, slaapt veel, heeft meestal koorts, krijgt ontstekingen en pijn. Dit is de fase, die men in onze huidige geneeskunde als ziek zijn betracht.
Met de inzichten van de GNM weten we echter, dat dit de herstellingsfase van de in de actieve fase veroorzaakte lichamelijke veranderingen in de hersenen en organen is.
De beste kansen heeft de patiënt, als hij voor het intreden van deze fase is ingelicht over het verloop en de mogelijke complicaties van zijn ziekte. Hij kan deze fase als een ware taak goed voorbereid aangaan.
Daarom is het ook belangrijk met de GNM bekend te zijn, voordat men 'ziek' wordt. Hierdoor is men bijna altijd voorbereid op het intreden van een genezingsfase en wordt daarmee een mogelijke paniekaanval vermeden.
Vandaar de slogan "Leer u de GNM kennen, zolang U nog gezond bent".
Een belangrijke genezingsfactor is de hulp van naasten en verwanten. Zijn deze mensen ook op de hoogte van het biologische verloop van ziekten, dan zijn ze een nodige ondersteuning in het genezingsproces van de patiënt.
Zijn ze daarentegen onwetend en geloven ze aan het bestaande beeld van ziektes, dan zijn ze meestal een zware, soms zelfs een dodelijke last voor de patiënt, omdat zijn initieel positieve instelling door de negatieve (bezorgde) uitlatingen van zijn omgeving wordt afgebroken en daarmee de kans op voortijdige afbreking van de genezingsfase door nieuwe conflicten aanzienlijk wordt verhoogd.
Het systeem van de GNM is onfeilbaar. De genezingskansen hangen hierbij volledig af van de kundigheid van de therapeut en de betrokkenheid van de patiënt. Deze bepalen uiteindelijk het succes van de therapie. Bij optimale condities heeft elke 'ziekte' een genezingskans van 95 tot 98%. Elke patiënt, die zich de grondbeginsel van de GNM eigen heeft gemaakt, kan direct nagaan, of de betreffende therapeut vakkundig is of niet. Al zijn uitspraken zijn in het systeem van de GNM op juistheid te controleren. Daarvoor hoeft men geen medisch deskundige te zijn. Het is voor elk normaal denkend mens te begrijpen. Daarmee hoeft en mag men de verantwoording voor zijn eigen gezondheid niet in de handen van andere personen leggen.
De GNM is geen systeem van geloven, maar van weten en zelfcontrole.
Helaas kan nog maar zelden aan deze optimale condities worden voldaan door het tekort aan gekwalificeerde therapeuten en het gebrek aan de algemene verspreiding van deze kennis. Zolang de gemiddelde burger niet bereid is, om voor zijn eigen gezondheid op te komen en dat liever aan derden overlaat, zal hieraan niets veranderen. Voor de welwillenden onder ons is het dan noodzakelijk, zich wat dieper in de inzichten van de GNM te verdiepen, zodat men zichzelf en zijn directe omgeving kan helpen. Met deze verdiepte inzichten kan men dan al 80% van alle 'ziektes' zelf 'genezen', zonder de toepassing van medicijnen of operaties.
Medicijnen worden in de GNM alleen dan toegepast, als bij het natuurlijk verloop van bijvoorbeeld de genezingsfase een levensbedreigende situatie zou ontstaan (bijvoorbeeld bij het hartinfarct of bij extreem hersen-oedeem). Deze medicatie is echter tijdelijk en van korte duur (hoogstens voor enkele weken). Bijna alle medicijnen hebben de neiging om het genezingsproces te storen of negatief te beïnvloeden. Alleen als men bepaalde medicijnen bewust op bepaalde tijdstippen tijdens het ziekteverloop inzet, hebben ze een nuttige en zinvolle werking.

